Míjn grote bonte specht

Tijdens mijn dagelijkse wandeling naar kantoor en terug, kom ik door een mooi park. Een maand of zes geleden zag ik hem daar voor het eerst: een grote bonte specht. Deze kleurrijke fladderaar spotte ik regelmatig in de bossen in het Noord-Hollands duingebied. Maar in bewoond gebied was ik hem nog niet eerder tegengekomen. Het viel dus op.

Wat nog meer opviel was dat hij een poosje met mij leek op te vliegen. Op zijn typische spechtenmanier – fladderen en dan met ingeklapte vleugels even zweven om daarop weer een paar felle vleugelslagen te doen – vloog hij van boom tot boom.

In de daaropvolgende weken en maanden zag ik de specht regelmatig. Onmogelijk om te zeggen dat het één en hetzelfde exemplaar was, maar de verleiding om dat te veronderstellen is groot. Míjn grote bonte specht.

Iedere ochtend hoopte ik mijn gevleugelde vriend weer te zien. Soms werd ik teleurgesteld, maar meestal begroette hij mij bij het betreden van het park, met zijn schelle gefluit. Voor mij uit klampte hij zich aan boomstammen vast, alsof hij mij wenkte, van: ‘Kom, ik moet je iets laten zien’. Hij verschool zich ook niet achter de boomstam, maar liet zich in al zijn glorie bewonderen.

Toen, van de ene op de andere dag, zag ik de specht niet meer. Ik paste de route van mijn wandeling aan, koos andere tijdstippen om naar kantoor te gaan, maar de vogel leek gevlogen. Ongetwijfeld terug naar de habitat waar hij meer thuis hoort. Met het verstrijken van de dagen en weken, vergat ik deze kortstondige vogelvriendschap.
    
Tot ik afgelopen week weer blij verrast werd door zijn aanwezigheid. Ik had de moed al opgegeven het diertje nog te zien. Maar letterlijk bij mijn eerste voetstap in het park, kwam hij tevoorschijn en vloog hij zoals gebruikelijk weer een paar honderd meter voor mij uit. Het was alsof hij voor mij de weg bereidde.

Ik krijg zo langzamerhand het gevoel dat hij mij iets wil vertellen, al weet ik niet wat.

 

Ed Lute

Write a comment

Comments: 0