Mijn vriend, de afgrond

Onlangs was ik er weer eens: op de rand van de afgrond. Nee, dit wordt geen depressief blog over hoe ondraaglijk zwaar het leven is. Het gaat over het ternauwernood halen van deadlines. Iedere keer als ik teveel hooi op mijn vork heb genomen – omdat ik meer opdrachten aanneem dan ik redelijkerwijs aankan, of omdat ik weinig vertrouwd ben met de materie en ik mij er extra in moet verdiepen – nader ik vrijwel altijd die spreekwoordelijke afgrond.

 

De frase ben ik ruim vijftien jaar geleden gaan gebruiken, misschien vanwege de waarschuwende toon die erin zit. ‘Poeh! Dat was weer langs de rand van de afgrond.’ Met andere woorden, een volgende keer zou je zomaar eens in die afgrond kunnen donderen als je niet uitkijkt.

 

Mijn laatste bezoek aan die afgrond kwam vanwege twee opdrachten. Rond dezelfde dag moest ik een omvangrijk artikel inleveren en de eindredactie van een tijdschrift afronden. De afgelopen weken waren computerspelletjes, twitter en ander gelanterfant uit den boze. Tijdens iedere lunch, gedurende het weekend en de avonden doorgewerkt om alles af te krijgen. De ochtend na de artikeldeadline – wat om onverklaarbare redenen toch als ‘binnen de deadline’ wordt ervaren – het stuk ingestuurd. En aan het einde van de middag, de laatste opmaak van het tijdschrift af gezegend, vijf minuten voordat de bestanden moesten worden ge-upload naar de drukker.

 

‘Poeh! Dat was weer langs de rand van de afgrond.’ De waarschuwing die er aanvankelijk in doorklonk is inmiddels verschoven naar een gevoel van voldoening. Ik ben al zo vaak langs de rand van die afgrond gegaan, dat de plek mij dierbaar is geworden. Langs die afgrond wandel ik inmiddels blind, ieder steentje, struikje en kuiltje is mij bekend. Als het me na veel gebalanceer weer is gelukt, kan ik een zucht van verlichting slaken. Ik ga dan zitten en laat mijn benen over die rand bungelen terwijl ik de afgrond inkijk. Hij is mijn vriend, die mij voor vallen behoed.

 

Ed Lute

Write a comment

Comments: 0