Het komt allemaal goed

Het komt allemaal goed met de wereld. Hoe ik dat weet?

 

Gisteren tegen het einde van de dag wandelde ik van kantoor naar huis, mijn dagelijkse beweging. Ik had er stevig de pas in en uit mijn oordoppen schalde de emotionele en opzwepende muziek van Pain of Salvation. Het was een goede dag geweest, al liep alles volledig anders dan ik had kunnen voorzien. Terwijl ik al wandelmeters vretend de dag mentaal herbeleefde, vond ik op mijn weg een klein meisje. Ik had haar en haar vader volledig over het hoofd gezien.

 

Het meisje liep resoluut op mij af en hield enkele zojuist geplukte paardenbloemen omhoog. Twee grote, nog net geen reebruine, ogen keken mij vragend aan. De vader, van Turkse of Marokkaanse afkomst, liet het gaan. Mijn eerste impuls was doorlopen. Op straat worden aangehouden of aangesproken ervaar ik als een inbreuk op mijn privacy. Het duurde enkele seconden voordat ik vanuit mijn innerlijke overpeinzingen was neergedaald naar het hier en nu, en begreep dat hier geen sprake kon zijn van welke schending dan ook. Integendeel.

 

Door de slotakkoorden van de muziek heen, hoorde ik mijzelf aan het meisje, dat mij stoïcijns was blijven aankijken, vragen: ‘Zijn die voor mij? Wat lief! Dank je wel.’ De bloemen wisselden van hand en vanuit mijn ooghoeken zag ik dat de vader twee duimen opstak en breed glimlachte. Het meisje vervolgde haar weg, ongetwijfeld op zoek naar nieuwe bloemen om weg te schenken aan de eerstvolgende voorbijganger.

 

Ook ik liep verder met de bloemetjes in mijn hand. En ineens wist ik het zeker: het komt allemaal goed met de wereld.

 

Ed Lute

0 Comments

Authentieke wijsheid uit de bergen

Op 18 februari 2013 komt bij Trophonios het boek The Path of the Energetic Mystic, Part 1 uit, over de wijsheidstraditie van de Inca-Sjamanen uit Peru. Eigenlijk is het woord Sjamaan niet het juiste woord. Zelf noemen ze zich liever paqo, priester genezer, maar die term kent bijna niemand hier in Europa. Ook wordt wel de term ‘energetic mystic’ gebruikt, zoals in de titel van het boek. Een boeiend artikel over het gebruik van deze termen, kun je hier lezen.

 

De paqos die in dit boek grotendeels aan het woord zijn, zijn 25 jaar geleden uit de bergen van Peru naar beneden gekomen, om hun wijsheid met de wereld te delen. Omdat we dat hier in het Westen nodig hebben. Een aantal van deze paqos komt sinds 2011 enkele keren per jaar naar Nederland, om wat zij van hun meester hebben geleerd, door te geven. Deze training beslaat in totaal vier jaar.

 

Wat ik na het lezen van dit boek begrijp en heel inspirerend vind, is dat deze paqos deel uitmaken van een authentieke wijsheidstraditie. Zelf ben ik al heel lang boeddhist (Tibetaans boeddhisme) en wat me opvalt, is dat er veel parallellen tussen beide tradities zijn, terwijl ze van verschillende continenten komen. Voor mij illustreert dat hoe universeel het pad van wijsheid en liefde is.

 

Beide tradities zijn lange tijd bewaard gebleven in de bergen, afgesloten van de rest van de wereld. Daardoor hebben ze hun authenticiteit behouden. Ook is er sprake van profetieën. Volgens de overlevering zouden de paqos uit de bergen naar beneden komen, wanneer de hoge gletsjers in de Andes begonnen te smelten. De Tibetanen zouden naar het land met de rode gezichten (het westen) gaan, als de ijzeren vogels (vliegtuigen) vliegen.

 

Andere overeenkomsten zijn: het zuiveren van lichaam en geest, het openen van je hart, kennis van het energielichaam, initiaties en divinaties. Ook het lezen van de pols wordt zowel door de paqos als in de Tibetaanse geneeskunde als diagnosemiddel toegepast.

 

Verder is er wat de paqos ‘playfulness’ noemen. Dit betekent dat ze je het ene moment op een voetstuk plaatsen en op een ander moment helemaal negeren, je plagen of je zelfs uitdagen totdat je boos wordt. Zij zeggen dat dit is om je sterker te maken. In het Tibetaans boeddhisme bestaat iets vergelijkbaars: je leraar drukt soms je knoppen in. Dan gaat het er ook om, het niet persoonlijk te nemen, maar om te werken met wat opkomt, je eigen projecties.

 

Natuurlijk zijn er ook verschillen. In het boek wordt een aantal malen benadrukt dat de paqos weliswaar dingen uitleggen, maar dat je uiteindelijk je eigen intuïtie moet volgen. In het Tibetaans boeddhisme zoals ik het ken, is de vorm wat strakker. Hoewel het ook hier belangrijk is je eigen weg vinden, om te ontdekken wat voor jou werkt.

 

Door dit boek te lezen, treed je een bijzondere wereld binnen. Ik ben blij, dat er nog van deze tradities bestaan en dat wij er deelgenoot van kunnen zijn.

 

Nynke Valk

 

Meer informatie over de paqos vind je op www.incashamanisme.nl

0 Comments

Escapisme

Zo rond iedere deadline van het tijdschrift waarvoor ik de eindredactie verzorg, overkomt het me wel een keer: een droommoment. Terwijl ik aan het ploeteren ben om van het tekstuele gestoethaspel van goedbedoelende auteurs nog iets leesbaars en begrijpelijks te maken, vindt er in mijn hoofd een transitie plaats. Onvoorzien, onbedoeld en onvrijwillig, maar het gebeurt. Het is dan alsof ik een andere dimensie betreed, waar alles er wezenlijk anders uitziet en waar de dingen er minstens zo wezenlijk anders aan toe gaan.

 

Gisteren overkwam het me weer. Zeker vijf minuten staarde ik naar het beeldscherm zonder de letters die daar geduldig op herschikking wachtten te ontwaren. Ik vermoed dat mijn tripje naar elders samenhangt met de overdosis Robert A. Heinlein die ik mijzelf de afgelopen maand heb toegediend. Drie romans en ’s mans biografie verorberde ik. Hij beschrijft in zijn vroege werk een utopische maatschappij, waar ziekte, gebrek, oorlog en honger niet meer bestaan.

 

Hoe het ook zij, in het niet-hier waar ik die vijf minuten mocht vertoeven waren alle teksten die ik onder ogen kreeg puntgaaf en van een schoonheid om de vingers bij af te likken. De ene taalvondst na de andere kreeg ik voorgeschoteld en ieder artikel bracht een schat aan informatie die nog nergens anders ter berde was gebracht. Opbouw, compositie, stijl, grammatica en gevatheid, alle componenten van hoogkwalitatieve teksten waren in overdaad aanwezig. Ik waande mij in een utopische wereld… tot de letters vanaf mijn beeldscherm brandend op mijn netvlies weer tot mijn bewustzijn doordrongen. Met frisse tegenzin hervatte ik mijn redactiewerkzaamheden.

 

Vandaag begrijp ik deze merkwaardige ontsnapping in de geest beter. In de utopische maatschappij van Heinlein ziet alles er weliswaar harmonisch en idyllisch uit, maar de personages uit zijn romans zijn niet per se gelukkig. Vanuit mijn ergernis om de slechte artikelen die ik moest fatsoeneren, verbeeldde ik mij een wereld waarin er alleen maar goede teksten bestaan. Maar ja, in zo’n wereld heb ik als tekstprofessional helemaal niets meer te zoeken. Mijn expertise en diensten zouden door helemaal niemand meer worden ingehuurd. In die utopische wereld zou ik zeker niet gelukkig worden. Achteraf ben ik maar blij dat ik kon terugvluchten naar de werkelijke wereld, waar ik nog niet geheel onmisbaar ben.

 

En nu, met frisse zin, voort met de eindredactie.

 

Ed Lute

0 Comments

Tipping point

Een paar dagen geleden hoorde ik een update van Arnie Gundersen over de actuele situatie met de vier kerncentrales in Fukushima. Gundersen is de man die vorig jaar geweldig werk deed door – als een van de weinigen – uitgebreide, eerlijke en deskundige informatie te geven over de ramp die zich daar voltrok.

 

Na zijn laatste update is pijnlijk duidelijk dat het woord 'voltrok' misplaatst is. De ramp in Fukushima voltrekt zich namelijk nog steeds. Er is een continue uitstroom van zeer giftig materiaal in de bodem, de zee en de lucht. En dus in de voedselketen. Iedere vis in de Stille Oceaan tussen Japan en het Amerikaanse continent raakt besmet, aldus Gundersen. Afgezien van de schade die dit aan al het leven in de oceanen toebrengt, levert dit uiteindelijk voor de menselijke soort op termijn een moeilijk te calculeren aantal 'extra' kankergevallen op. De deeltjes die dit veroorzaken zijn anoniem. Er staat geen afzender op, zoals ‘Groetjes uit Tsjernobyl’ of ‘Veel liefs uit Fukushima’.

 

Gundersen vertelt in de hierboven aangehaalde podcast dat de straling in reactor 2 zo hoog is opgelopen dat er in de onmiddellijke nabijheid ervan geen werkzaamheden meer kunnen plaatsvinden. Dat geldt ook voor de omliggende centrales, terwijl het met name essentieel is dat de 1500 brandstofstaven in het reservoir bij reactor 4 worden weggehaald. Bij een volgende zware beving stort dit reservoir in en is de ramp echt niet meer te overzien.

 

Mijn verontwaardiging dat je hier nauwelijks iets over leest in de mainstream media is onderhand wel gezakt. I take it as a fact. Fukushima is een tipping point, of de media er nu aandacht aan besteden of niet. Een tipping point op het gebied van ons leefmilieu dat ernstig wordt bedreigd. En ook een tipping point op mentaal vlak, want Fukushima is een misdaad tegen de Aarde.

 

Er is maar één remedie: onmiddellijk stoppen met deze methode van energieopwekking en al die rommel opruimen. Als dat tenminste nog kan.

 

Fred Teunissen

 

 

 

 

 

0 Comments

Anti of ali

 

 

“Hoe was je vakantie?”

“Vakantie is een groot woord. Maar ons weekje Oerol op Terschelling was prachtig!”

“En nu weer aan het werk, zeker?”       

“Tja.”

“O, dat klinkt niet erg enthousiast.”

“Ach, ik moet er weer helemaal inkomen. Ik werk aan wat een boek moet worden. Als ik er eenmaal inzit, loopt het wel. Maar zodra ik er een tijdje niet aan werk, al is het maar een paar dagen, moet ik weer helemaal opstarten. Het is alsof ik dan terugkeer in een donker hol waar op onmogelijke plaatsen een paar kaarsstompjes staan. Die moet ik eerst blind zien te vinden en aansteken, voordat ik het grote licht weer aan kan doen.”

“Juist. Maar hoeveel heb je dan kunnen schrijven na Oerol?”

“Dat wil je niet weten.”

“Ja, toch wel.”

“…”

“Hoeveel?”

“Netto twee A-4tjes in tweeënhalve week tijd.”

“Dat is inderdaad aan de magere kant.”

“Het is verschrikkelijk! De deadline schuift niet mee met mijn gelanterfant, mijn luiheid en gebrek aan discipline. Die blijft onverbiddelijk staan en komt steeds dichterbij.”

“Zijn het goede A-4tjes? Ik bedoel, is de tekst bruikbaar?”

“Onmisbaar. Ook heb ik de eerste dertig pagina’s nog bijgeschaafd, zodat de basis wat steviger staat nu. Maar dan nog…”

“Een schrijver die ik ooit kende, zei dat hij het meest productief was op momenten dat hij in de rij stond bij het postkantoor of de supermarkt, en als hij een grote boodschap deed op het toilet. Voor hem waren dat essentiële minuten waarin het creatieve proces ongevraagd maar op het hoogst denkbare niveau opereerde. Als hij dan eenmaal weer achter zijn schrijftafel zat, hoefde hij alleen nog maar ‘de boel’, zoals hij dat noemde, aan het papier toe te vertrouwen.”

“Okay, maar dan nog…”

“Hij deed, net als jij, geen enkele concessie aan de kwaliteit van zijn werk. Deadlines of geen deadlines. Ik herinner me nog goed dat hij regelmatig zei: ‘Liever twee goede zinnen op papier dan tweehonderd pagina’s in de prullenbak.’”

“… Kwantiteit versus kwaliteit.”

“Exact, anti of ali.”

“Nou, qua ali zit het wel snor, geloof ik. Maar de anti kan ik niet uit het oog verliezen.”

“Grote kans dat de anti bij jou vanzelf wel op gang komt, als je eenmaal weer op het goede spoor van de ali zit.

Laten we het hopen.

Wanneer is je volgende vakantie?”

“Over één maand gaan we twee weken wandelen in Ierland. Enorm veel zin in, maar ik zie nu alweer op tegen die eerste moeizame opstartweken daarna.”

“Bedenk dan maar dat het noodzakelijke weken zijn. Een soort van schoonmaken of warmdraaien van de schrijfmotor. Misschien moet je tegen die tijd maar heel erg veel boodschappen gaan doen, buitenshuis en binnenshuis. Dan is het daarna puur een kwestie van de boel opschrijven.”

 

Ed Lute

0 Comments

Mijn vriend, de afgrond

Onlangs was ik er weer eens: op de rand van de afgrond. Nee, dit wordt geen depressief blog over hoe ondraaglijk zwaar het leven is. Het gaat over het ternauwernood halen van deadlines. Iedere keer als ik teveel hooi op mijn vork heb genomen – omdat ik meer opdrachten aanneem dan ik redelijkerwijs aankan, of omdat ik weinig vertrouwd ben met de materie en ik mij er extra in moet verdiepen – nader ik vrijwel altijd die spreekwoordelijke afgrond.

 

De frase ben ik ruim vijftien jaar geleden gaan gebruiken, misschien vanwege de waarschuwende toon die erin zit. ‘Poeh! Dat was weer langs de rand van de afgrond.’ Met andere woorden, een volgende keer zou je zomaar eens in die afgrond kunnen donderen als je niet uitkijkt.

 

Mijn laatste bezoek aan die afgrond kwam vanwege twee opdrachten. Rond dezelfde dag moest ik een omvangrijk artikel inleveren en de eindredactie van een tijdschrift afronden. De afgelopen weken waren computerspelletjes, twitter en ander gelanterfant uit den boze. Tijdens iedere lunch, gedurende het weekend en de avonden doorgewerkt om alles af te krijgen. De ochtend na de artikeldeadline – wat om onverklaarbare redenen toch als ‘binnen de deadline’ wordt ervaren – het stuk ingestuurd. En aan het einde van de middag, de laatste opmaak van het tijdschrift af gezegend, vijf minuten voordat de bestanden moesten worden ge-upload naar de drukker.

 

‘Poeh! Dat was weer langs de rand van de afgrond.’ De waarschuwing die er aanvankelijk in doorklonk is inmiddels verschoven naar een gevoel van voldoening. Ik ben al zo vaak langs de rand van die afgrond gegaan, dat de plek mij dierbaar is geworden. Langs die afgrond wandel ik inmiddels blind, ieder steentje, struikje en kuiltje is mij bekend. Als het me na veel gebalanceer weer is gelukt, kan ik een zucht van verlichting slaken. Ik ga dan zitten en laat mijn benen over die rand bungelen terwijl ik de afgrond inkijk. Hij is mijn vriend, die mij voor vallen behoed.

 

Ed Lute

0 Comments

Muziek uit het niets

 

Als er ergens in de kosmos een plek is waar elke gedachte als een herinnering ligt opgeslagen, een plek waar woorden en klanken voor alle eeuwigheid bewaard blijven, dan moet het mogelijk zijn om Bach, Beethoven en Mozart hun eigen werk te horen uitvoeren.

Stel je eens voor: Johann Sebastiaan live op het orgel. Mozart, uitgevoerd door Wolfgang zelf.

 

Zou het kunnen? Ik denk eigenlijk van wel.

Je moet daarvoor dan wel op de juiste golflengte afstemmen. Vraag me niet hoe dat moet, want ik heb geen idee. Wat ik wél vermoed is dat er muziek is op plaatsen, waar je die niet verwacht. Muziek uit het niets.

Een boezemvriend uit mijn jeugd had als motto dat overal muziek is als je maar goed luistert, en natuurlijk had hij gelijk, maar dat is niet precies wat ik bedoel. Dat soort muziek speelt zich immers af binnen de dimensies die we gewend zijn. Je moet daarbuiten zijn. In de buitengebieden van de geest zou wel eens de mooiste muziek te vinden kunnen zijn.

Waarom ik dat denk? Omdat ik – het is alweer jaren geleden – meermalen iets ongehoords heb gehoord, ijle tonen, die in de verte doen denken aan klassieke muziek. Vooral aan Mozart. Dus wellicht heb ik toen even iets opgevangen uit een kosmische discotheek.

De plek waar volgens de overlevering alles, maar dan ook alles bewaard blijft, wordt wel de Akasha Kronieken genoemd. Mijn goede vriend en compagnon Ed schreef er zondag 3 juni een prachtige blogtekst over op zijn website Leeservaringen.

Deze tekst sterkt me in mijn voornemen om te onderzoeken hoe je deze Kronieken kunt raadplegen. Ik heb inmiddels ingetekend op een workshop om hier meer van te weten te komen. Begin augustus is het zover.

Wie weet lukt het me dat klankrijke gebied te betreden.

Mocht dat het geval zijn en ik beluister daar iets, dan hoor je dat hier.

 

Fred Teunissen

 

0 Comments

De langste dag

Gisteravond belde mijn zuster om gedag te zeggen. Vandaag vertrekt ze naar Peru voor een tocht van een maand door de Andes. Het is een reis langs bergmeren, in het gezelschap van sjamanen. Hoogtepunt van de tocht is 21 juni, de langste dag. Dit jaar, zo vertelde mijn zus, is er die dag een stand van de hemellichamen Zon, Mercurius, Venus en Orion ten opzichte van onze Aarde die zich voor het laatst een paar miljoen jaar geleden voordeed. Als de zon die ochtend om 5:30 opkomt is deze bijzondere stand een feit.

 

Ze belde precies op het moment dat ook ik met een reis bezig was, zij het van een aanzienlijk geringere omvang en impact. Ik bekeek het programma van het Oerol-festival op Terschelling in juni dit jaar en vroeg me af voor welke theatervoorstellingen ik zou intekenen. Ik heb geboekt voor de Midweek, dat wil zeggen maandag 18 tot en met vrijdag 23. De 21ste valt middenin mijn Oerol.

 

Het telefoontje van mijn zuster heeft mijn aanvankelijke voornemens doorkruist. Ik maak van de zonsopkomst van 21 juni nu de kern van mijn Oerol-programma en de avond tevoren houd ik vrij. Misschien blijf ik wel op, ergens in de duinen rond Oosterend. Om wat te mijmeren en het bijzondere moment in stilte af te wachten. In de wetenschap dat zij dat ook doet, een paar duizend kilometer verderop.

 

Ik heb altijd al iets met de langste dag gehad. Het is de dag waarop mijn geliefde lente zijn hoogtepunt bereikt en meteen ook zijn einde. Een bitterzoete dag. 21 juni is een dag van transitie. Een dag voor zeer speciale dingen.

Zo had ik in lang vervlogen tijden eens een vriendin waar ik erg gek op was, maar die ik door allerlei omstandigheden toch maar zeer sporadisch kon zien. Om er zeker van te zijn dat we elkaar elk jaar minstens één keer zouden ontmoeten, maakten we 21 juni tot onze dag. Die afspraak heeft een aantal jaren stand gehouden en is daarna ingelopen door de realiteit van werkdruk en relationele bindingen.

Na al die jaren heb ik nu weer een afspraak voor de 21ste. Een afspraak met de kosmos ditmaal. En dat op Terschelling ook nog. Wat een combinatie!

Fred Teunissen

2 Comments

Idylle

Op het bureaublad van mijn computer prijkt een idyllisch plaatje. Het is een adembenemend mooi uitzicht over een spiegelglad meer. Drie kleurrijke roeibootjes dobberen op hun eigen spiegelbeeld. Op de achtergrond rijzen indrukwekkende, groen begroeide bergen tot aan de hemel. Enkele van de toppen zijn besneeuwd.

 

De lucht is helblauw met enkele vage wolkenflarden. Rechts staat een houten huis, al is het eerder een huisje. Het kost mij weinig moeite mij te verplaatsen in het geluk van de bewoners die dit dagelijkse uitzicht 'bezitten'. Vanuit hun positie kunnen zij de rivier die verderop door de bergen kronkelt, waarschijnlijk helemaal afkijken. Van de positie vanwaar de foto is genomen, zie ik alleen de aanzet tot die rivier.

 

Mijn vorige bureaublad toonde ook al een dergelijk idyllisch landschap. Als ik mij aan het werk zet, om een zoveelste artikel te schrijven voor de broodnodige pecunia, droom ik eerst even weg bij het uitzicht. Dan stel ik me voor dat ik daar woon en dat ik iedere ochtend een duik neem in het ongetwijfeld steenkoude water. Een stevige borstcrawl naar de overkant en weer terug. Wakker en tot in iedere vezel verfrist, zet ik mij vervolgens aan het maken van het ontbijt, pancakes met maple syrrup. Dan met een heerlijk geurende espresso ga ik zitten aan mijn schrijftafel die in werkelijkheid uitkijkt over deze hemelse, door de goden geboetseerde Eden. Ik verzink wat in gepeins en laat mijn inspiratie van over het spiegelmeer tot mij komen. De woorden die zich als vanzelf laten schrijven, creëren tezamen een weergaloze roman. Het leven is mooi, en iedere dag is zonder uitzondering een intense ontdekking van schoonheid.

 

Maar onvermijdelijk breekt iedere dag het moment aan dat ik dit droombeeld moet begraven onder Word, Excel, FireFox, Outlook en de Windows Verkenner. En iedere dag weer krabt de hardnekkige gedachte aan mijn gemoed: ‘Binnenkort moet ik mijn prioriteiten grondig herzien.’

0 Comments

Tourette

Bij het lezen van het boek Mr. Tourette en ik van Pelle Sandstrak moest ik weer denken aan Erik.

 

Tijdens mijn middelbare schooljaren werkte ik iedere vakantie bij het kaasbedrijf in ons dorp. In een van de grote vakanties werd een nieuw personeelslid ingewerkt. Een paar gangpaden verderop was hij bezig met wat wij ‘plasticen’ noemden. Je doopt een spons in een emmer vloeibaar plastic, die je dan vervolgens uitsmeert over de kaas, zodat die tijdens het rijpingsproces beschermd blijft tegen schimmel. Tegenwoordig gebeurt dat allemaal volautomatisch, maar destijds ging dat Goudse voor Goudse met de hand. Die hele ochtend hoorde ik af en toe een merkwaardig geluid, maar schonk daar geen aandacht aan.

 

De eerste koffiepauze vroeg de nieuwe jongen de aandacht. Ik zie hem daar nog staan: een gebruinde huid, zwarte haar, dikke lippen en heldere bruine ogen. Terwijl de medewerkers allen hun koffie dronken en de eerste boterhammen verorberden, stelde hij zich voor als Erik. Hij vertelde dat hij een afwijking had aan zijn stembanden en dat hij daardoor af en toe wat vreemde geluiden maakte. Hij vroeg om ons begrip op voorhand. Na zijn woorden viel er een ijzingwekkende stilte in de kantineruimte. Erik liep vervolgens naar het aangrenzende keukentje om een verse kop koffie voor zichzelf te tappen. “Qhuuuu!!” Zijn bizarre kreet ging door merg en been. Een hilarisch lachsalvo weerklonk dat niet meer ophield. Ik was de enige die, zij het met moeite, niet lachte en zag hoe Erik zijn koffie neerzette en verbeten de kantine uit beende. Ik heb hem nooit meer gezien.

 

Een week later kwam mijn zus overstuur thuis. Ze had gezien hoe een jongen zich voor de trein had gegooid. Het bleek Erik te zijn. Die vluchtige en merkwaardige ontmoeting – dat nauwelijks een ontmoeting mag heten – bij het kaasbedrijf in combinatie met zijn zelfmoord kort daarna, maakte een onuitwisbare indruk op mij. Toen ik een paar jaar later tijdens een uitzending van Sonja Barend een man zag die leed aan het syndroom van Gilles de la Tourette, begreep ik ineens wat Erik mankeerde. Hij was een touretter, maar wist dat zelf niet.

 

Het boek van Pelle Sandstrak is aangrijpend, ontroerend en indringend. Ik hoop dat het zijn weg zal vinden naar veel mensen en dat het zal leiden tot meer begrip voor de touretters onder ons.

 

Ed Lute

0 Comments

Boekenschrijfwijzer

Hoe schrijf je een boek? Bestaat daar een bruikbare, algemene handleiding voor? Ik weet dat er diverse boeken in de handel zijn die trachten antwoord te geven op de eerste vraag.

 

Ooit verslond ik dergelijke boeken, in de naïeve hoop een stevige duw in de rug te krijgen op weg naar mijn eigen schrijverschap. Zonder uitzondering liep dat uit op een teleurstelling. Talloze open deuren werden ingetrapt (houdt een ijzeren discipline aan, leer spelen met de taal, doorzettingsvermogen, wees overtuigd van je eigen kunnen), of er werd een superstrakke, bijna wiskundige methode uiteengezet in een veel te nauw keurslijf. Slechts een enkele aanwijzing of tip leek mij bruikbaar. Grosso modo vertelt iedere schrijfboekenschrijver hoe hij of zij het aanpakt, hun persoonlijke werkwijze.

 

Nu ik wat jaartjes verder ben, begrijp ik dat er niet zoiets bestaat als een universele boekenschrijfwijzer. Er zijn net zoveel werkwijzen als er schrijvers zijn. Simon Vestdijk kon alleen in de vereiste schrijfconcentratie komen bij de herrie van zijn stofzuiger. Pierre H. Dubois raakte tijdens vakanties in een roes die drie weken duurde, waarna een volgende roman in concept klaar was. De ene schrijver is een matineuze producent, terwijl een ander de pen vooral tijdens de late avonduren op gang krijgt. Sommige werken een vooropgezet plan nauwgezet uit, terwijl anderen gewoon beginnen bij zin één en maar laten komen wat er zich aandient. Het illustreert dat er geen wet van Meden en Perzen te formuleren valt over hoe je een boek moet schrijven.

 

Ook dat is een teleurstelling. Zelf je weg vinden is vele malen zwaarder dan een geplaveid pad aflopen. Het mag dan wel rijker zijn en leerzamer, maar je stoot je tegen stenen, doorgaans meerdere keren tegen dezelfde, je schaaft je aan struikgewas, je knalt met je hoofd tegen overhangende takken en je valt herhaaldelijk in kuilen. En hoewel deze zoektocht met ieder nieuw boek minder pijnlijk en frustrerend verloopt, helemaal vlekkeloos wordt dit proces nooit. Misschien is dit, het bijna mythologisch lijden, ook de charme van het schrijven van een boek.

 

Een dergelijke vergoelijkende gedachte komt meestal bovendrijven nádat een boek is voltooid. Nu ik de eerste drie pagina’s van een nieuw boek in evenzoveel weken heb voltooid, overheerst toch vooral de wanhoop. Eén voordeel, deze wanhoop is bekend. Het is wanhoop die zich al een aantal keer in het verleden heeft laten overwinnen. Dat maakt deze schier onoverzichtelijk grote onderneming die ik nu ben aangevangen een fractie minder wanhopig.

 

0 Comments

Reünie

In verband met een op handen zijnde familiereünie kwam bij mijn moeder het afgelopen weekend het spreekwoordelijke vergeten kistje met foto’s ineens boven water. Leuk! Samen met zuslief op de bank bladerde ik onder het regelmatig roepen van ‘Ach!’, ‘Goh’ en ‘Och’ door de beeltenissen heen. Een voor een op celluloid gestolde stukjes particuliere geschiedenis.

 

Pas als we terugkijken, dringt het echt tot ons door hoe snel de tijd is voortgeschreden. Wat jaren in beslag leek te nemen, is dan in een flits voorbij. Veel van die momenten, waar ik zelf het kiekonderwerp ben, zijn volledig verdwenen in ondoordringbare geheugenlagen. Andere staan mij nog haarscherp voor de geest. Vanzelfsprekend zaten er in het kistje ook diverse tafereeltjes die dateren uit de tijd dat ik nog onderweg was naar dit leven. Het niet-ik tijdperk.

 

Sommige foto’s worden bevolkt door mensen die niet meer onder ons zijn. Ze lachen, kijken bezorgd of zijn met hun gedachten elders. Ondanks het statische beeld leven ze. Míjn gedachten dwalen af bij een foto uit juli 1964. Mijn vader en moeder lopen in de richting van de fotograaf. Aan ieders rechterkant loopt een dochter, mijn beide zusters dus, met hun onveranderlijk kortgeknipte rattenkoppie. Ik besta dan al bijna drie maanden, maar maak nog geen deel uit van dit gefixeerde gezinstafereel. Waarschijnlijk lig ik thuis in een wieg naar het plafond te staren, mij nog steeds afvragend waar ik nu toch in godsnaam terecht ben gekomen.

 

Het gezin komt net uit de drukbezochte kerk. Het plein voor de kerk staat vol met auto’s en de uittocht is net aangevangen. Ze dragen keurige zondagse kleding. Mijn oudste zuster, hier zeven jaar, draagt een wit jurkje, witte handschoentjes en een wit damestasje om haar rechterarm. Een toonbeeld van reinheid. Mijn jongere zus, vier jaar oud ten tijde van de foto heeft ook een wit jurkje aan en een soort van stropdasje. Op haar linkerknie zit een pleister en ze krabt aan haar rechteroor. Mijn moeder, een mooie, slanke deerne in een bloemige zomerjurk, kijkt in de camera met de zelfbewuste blik van een intelligente vrouw die zich niet de kaas van het brood laat eten.

 

Het langst blijft mijn blik hangen bij de beeltenis van mijn vader. Bovenop diens magere gestalte prijkt de nog zwarte krullenkop. Met zijn onafscheidelijke sigaret in de linkerhand bekijkt hij de fotograaf met een ronduit argwanende blik. Verbeten perst hij de lippen op elkaar en het is alsof hij ieder moment kan uitroepen “Zeg, jij daar met die camera! Wat moet dat?!” Niemand lacht op de foto, maar mijn vader heeft er zichtbaar toch wel het meest de pest in.

 

Toch ligt er een sfeer van harmonie over de foto. Een jong gezin, dat na de zondagse kerkplicht, een stralende zomerdag tegemoet loopt en naar huis gaat waar de jongste telg op hen wacht. Het jongetje, de zoon, waar mijn vader zo op had gehoopt en uiteindelijk heeft gekregen. Je zou zeggen, dat hij dan wel iets vrolijker had kunnen kijken.

 

Deze maand, op 13 maart, gedenk ik zijn negentiende sterfdag.

 

Ed Lute

0 Comments

Excuses voor het ongemak

Vervaagt de koudste februarimaand sinds 1996 in uw herinnering ook zo snel? Net tijdens die winterse dagen worstelde ik met een stuk of vier strakke deadlines tegelijk. Van schaatsen is het dus nauwelijks gekomen, zeer tot mijn spijt.

 

Wel viel mij, tijdens mijn woonwerkverkeer, een aantal zaken op. (Dat woonwerkverkeer bestaat overigens uit een wandeling van bijna vier kilometer naar kantoor in vroege ochtend, en aan het einde van de dag in omgekeerde richting.)

 

Vanaf de twee NS-stations die ik passeer, schetterde mij dagelijks een of meer mededelingen tegemoet van gelijke strekking. Die aankondigingen eindigden steevast in het volstrekt nietszeggende ‘onze excuses voor het ongemak’. Op zich is het niets nieuws dat de NS naar believen treinen laat uitvallen, maar de winterse frequentie anno 2012 lag toch wel wat hoger dan normaal.

 

Mijn tweede observatie betreft de vele gele vlekken op de maagdelijk witte sneeuw. Wat honden normaal gesproken achterlaten, wordt opgeruimd door hun baasjes (als die tenminste netjes zijn opgevoed), of regen spoelt het mettertijd weg. Hoe dan ook, het blijft onzichtbaar. Voor het eerst werd de omvang van de werkelijke hondenuitlaat mij duidelijk.

 

Het meest opmerkelijk in de aanloop naar de 15½e Elfstedentocht vond ik toch de talrijke ganzenformaties die regelmatig in de bekende V-vorm overvlogen. Luid gakkend leken de achterste dieren de gangmakers voor aan te moedigen om vaart te maken op zoek naar warmer oorden.

 

Tijdens mijn sporadische schaatstocht door de Zaansche polders zag ik iedere tien minuten wel een groep van die machtige vogels tegen het azuren gewelf. Ik kreeg de indruk dat ze wanhopig waren en in de war. Alsof Koning Winter hen een loer had gedraaid, door zo laat nog zijn ijzige staart te roeren. Inmiddels is er weer voldoende gras beschikbaar voor ze, maar tijdens die Siberische omstandigheden zal het sappelen zijn geweest.

 

Als het niet zo’n loze frase was, zou ik ze alsnog namens Koning Winter, willen laten weten: “Excuses voor het ongemak”.

 

Ed Lute

 

 

0 Comments

De slechte adem van Google Search

Het is mooi geweest.

Ik trek mijn handen af van de zoekmachine van Google, die toch jarenlang mijn steun en toeverlaat is geweest. Ik vind daar namelijk al een tijd niet meer wat ik zoek. Daar is een zoekmachine toch voor bedoeld, zou je zeggen. Om te vinden, niet om te zoeken.

 

Eerst dacht ik dat het aan mijzelf lag. Ik begon beter na te denken over mijn zoektermen. Een periode van wikken en wegen over trefzekere woorden volgde. Ook plaatste ik combinaties van zoektermen tussen haakjes om zo dieper in Google's onmetelijke bak met zoekresultaten door te dringen. Of ik klapte het scherm met Advanced Search open om daar eens mijn geluk te beproeven.

Wat ik ook probeerde, ik kreeg in negen van de tien gevallen louter zoekresultaten voorgeschoteld die rieken naar commercie. Een kegel van opdringerige geldklopperij die je dwars door het beeldscherm in het gezicht slaat.

 

Ze worden steeds beter met SEO, denk ik dan. Resultaat: je kunt geen zinnige zoektocht meer opzetten. Niks helpt. Je komt hoe dan ook in die walm van non-informatie terecht. Pak-nu-uw-voordeel-gepruttel. Kijk-ons-nou-toch-eens-uniek-zijn-gezwam. Gesponsorde research. Commercieel gekleurd nieuws.

Van de weeromstuit ben ik begonnen met de bouw van mijn eigen vindmachine. Goede informatiebronnen neem ik nu op in mijn RSS-reader. Kwestie van een abonnement nemen op de RSS-feed van zo'n site. Zo ontstaat een prachtige bak met echte informatie die vanzelf groeit naarmate de tijd verstrijkt.

En het mooiste is dat daar een zoekvenster op zit.
Voilà! Vanaf nu gaan we weer vinden!

Saillant detail: die RSS-reader van mij, dat hart van mijn vindmachine, is van... Google.

 

Fred Teunissen

1 Comments

Beroemd

 

Hoe oud zal ik zijn geweest? Acht of negen? Op die leeftijd, of daaromtrent, was beroemd worden mijn hoogste levensdoel. Een jaar eerder, zo rond mijn zevende, droomde ik ervan een heilige te worden. Maar, zo begreep ik later, dat gebeurt pas na je dood, dus daar schoot ik weinig mee op.

 

Ik waarschuwde mijn moeder vol overtuiging van wat mij, en daarmee haarzelf, te wachten stond. “Ik ga beroemd worden, hoor mam.” Geen spoor van twijfel over de haalbaarheid van dit plan. Mijn moeder zat met niemand minder dan haar toekomstig beroemde zoon aan tafel. Haar matte reactie – “Is goed hoor, jongen,” waarna ze doorging met wat ze dan ook aan het doen was – sterkte mij alleen maar in mijn heilig voornemen. Ik zou haar eens wat laten zien!


We zijn inmiddels een kleine veertig jaar verder. Hoewel ik gezegend ben met een aantal bijzondere en waardevolle vrienden en ik op bescheiden schaal in de letteren, op toneel en het muziekpodium triomfen heb gevierd, ben ik (nog steeds) niet beroemd. Toegegeven, mijn gedrevenheid om dit doel te bereiken is met de jaren flink verwaterd. De waarde van beroemd zijn is nagenoeg tot nul gedaald. Feit blijft dat van mijn heilige voornemen van toen weinig terecht is gekomen.

 

Dat geldt ook voor een ander vast voornemen, dat dateert van diezelfde leeftijd. Als ik een boodschap moest doen, of naar school ging, rende ik altijd. Volwassen mensen zag ik nooit rennen, die liepen gewoon over straat. Het rennen was voor mij een uiting van levensvreugde. Ik wist zeker: dit blijf ik altijd doen. Ik zou nooit als de grote mensen, gewoon gaan lopen. Dat was maar saai!


In mijn kindertijd nam ik nog meer besluiten en voornemens. Aan zeer weinig daarvan heb ik mij uiteindelijk gehouden. Waar ook weinig van over is, is die onwrikbare overtuiging waarmee ik destijds tot een besluit kwam. Nu ik zo mijmer over voorbije tijden, kan ik die eenvoud en rechtlijnigheid waarmee ik als kind mijn wereldbeeld vormde toch wel waarderen.


Desondanks spijt het mij geenszins dat ik nooit beroemd ben geworden. En iedere dag rennen? Ik moet er niet aan denken!


Ed Lute

0 Comments

Out of the box

Kun je dromen over dingen die nog niet bestaan? Over fenomenen die totaal buiten de orde zijn, maar in de toekomst misschien de normaalste zaak van de wereld?
Ik denk van wel. Onze voorouders droomden al van onderzeeboten en van vliegtuigen, eeuwen voordat deze zich in de realiteit manifesteerden. Ik verkeer dus in goed gezelschap met mijn droom van een paar dagen geleden.

Ik droomde over – hoe noem je zoiets? – draadloze kennistransmitters. Ik bewoog mij langs een transparant bouwwerk met op een aantal plaatsen felgekleurde 'doosjes'. Als je daarbij in de buurt kwam, begonnen ze gevoelsmatig geladen kennis uit te stralen en over te dragen. Ik weet er geen betere term voor dan Zuiver Weten. Verwijderde je je van zo'n voorwerp, dan vervaagde de kracht van het kennisveld, maar de inmiddels opgedane ervaring bleef bij je.

Stel je eens voor dat telepathische overdracht van alle kennis op aarde mogelijk is en dat iedereen zich naar hartelust laat aanstralen door allerlei typen kennisdoosjes. Wat een onwaarschijnlijk effect zou dat hebben op onze creativiteit en productiviteit!
En hoe zou onze wereld er dan gaan uitzien?

We leven in een tijd van ongekende tempoversnelling. Wat we dromen is de nabije toekomst.
Als je het mij vraagt ga ik ze dus nog meemaken, die telepatische wijsheidsdoosjes. Over een jaar of tien, op zijn laatst.

Fred Teunissen

1 Comments

Míjn grote bonte specht

Tijdens mijn dagelijkse wandeling naar kantoor en terug, kom ik door een mooi park. Een maand of zes geleden zag ik hem daar voor het eerst: een grote bonte specht. Deze kleurrijke fladderaar spotte ik regelmatig in de bossen in het Noord-Hollands duingebied. Maar in bewoond gebied was ik hem nog niet eerder tegengekomen. Het viel dus op.

Wat nog meer opviel was dat hij een poosje met mij leek op te vliegen. Op zijn typische spechtenmanier – fladderen en dan met ingeklapte vleugels even zweven om daarop weer een paar felle vleugelslagen te doen – vloog hij van boom tot boom.

In de daaropvolgende weken en maanden zag ik de specht regelmatig. Onmogelijk om te zeggen dat het één en hetzelfde exemplaar was, maar de verleiding om dat te veronderstellen is groot. Míjn grote bonte specht.

Iedere ochtend hoopte ik mijn gevleugelde vriend weer te zien. Soms werd ik teleurgesteld, maar meestal begroette hij mij bij het betreden van het park, met zijn schelle gefluit. Voor mij uit klampte hij zich aan boomstammen vast, alsof hij mij wenkte, van: ‘Kom, ik moet je iets laten zien’. Hij verschool zich ook niet achter de boomstam, maar liet zich in al zijn glorie bewonderen.

Toen, van de ene op de andere dag, zag ik de specht niet meer. Ik paste de route van mijn wandeling aan, koos andere tijdstippen om naar kantoor te gaan, maar de vogel leek gevlogen. Ongetwijfeld terug naar de habitat waar hij meer thuis hoort. Met het verstrijken van de dagen en weken, vergat ik deze kortstondige vogelvriendschap.
    
Tot ik afgelopen week weer blij verrast werd door zijn aanwezigheid. Ik had de moed al opgegeven het diertje nog te zien. Maar letterlijk bij mijn eerste voetstap in het park, kwam hij tevoorschijn en vloog hij zoals gebruikelijk weer een paar honderd meter voor mij uit. Het was alsof hij voor mij de weg bereidde.

Ik krijg zo langzamerhand het gevoel dat hij mij iets wil vertellen, al weet ik niet wat.

 

Ed Lute

0 Comments

Sleutel nr. 13

Wij hebben allemaal dromen. Toch?

 

Mijn droom is het schrijven van onsterfelijk mooie romans. Enkele pogingen hiertoe staan al op mijn harde schijf. Helaas vind ik ze vooralsnog meer mis- dan gelukt.

 

Van mijn laatste roman liet ik, in een vlaag van overmoed, 10 exemplaren drukken bij lulu.com. Dat was alweer drie jaar geleden. Het is dus hoog tijd dat ik het stof van de creatieve pen afblaas en hem daadwerkelijk weer ter hand neem.

 

Hiertoe aangespoord door een goede vriend, heb ik vorige week een tafel gekocht bij Noppes. Dit échte schrijven gaat namelijk niet lukken als ik dat aan dezelfde tafel doe waar mijn broodschrijverij tot stand komt.

 

Vanmorgen is de nieuwe schrijftafel bezorgd. Om hem boven in mijn werkkamer te krijgen, moet hij tijdelijk ‘ontpoot’ worden. De vriendelijke bezorger wierp een deskundige blik op de moerconstructie en zei: “Ik gok op sleuteltje 13.”

 

De kietelgedachte die direct bij mij opkwam: sleutel 13 opent de deur naar mijn droom. Met ingang van vandaag verklaar ik nummer 13 dan ook tot mijn geluksnummer.

 

Ed Lute

 

0 Comments

De kat uit de zak

Het leven van een tekstschrijver en literatuurminnaar gaat niet altijd over rozen, al hoort u mij niet klagen. Binnen een bescheiden groep geïnteresseerden is bekend dat ik de meeste boeken die ik lees, bespreek. Die recensies noem ik ‘leeservaringen’. Dat houdt het enigszins particulier, wat mij beter bevalt. De officiële literatuurkritiek laat ik graag over aan anderen. 

 

Zo nu en dan krijg ik via de levendige social media contact met schrijflustige twitteraars en facebookers. Het lezen van de al dan niet gepubliceerde pennenvruchten van mijn digitale kennissen, kan mij in een penibele situatie brengen. Er is niets aan de hand als het boek goed is. Zeker bij een erg goed boek, schrijf ik de auteur graag regelrecht de hemel in. Maar bij een minder goed, of zelfs slecht boek, zit ik met een dilemma. Zwijg ik erover? Schrijf ik een milde leeservaring? Of ben ik eerlijk en kraak ik het boek af? 

 

Erover zwijgen is geen serieuze optie, wat eveneens geldt voor mijzelf loochenen door met een hand over mijn taalgevoelige hart te strijken. Nee, zodra ik mijzelf committeer aan het lezen van een boek is ‘the cat out of the bag’ zoals de Engelsen zeggen. De noeste woordenwerkers weten dat ik het boek heb gelezen. Stilzwijgen is dan direct een duidelijke boodschap. 

 

Ergo: ik ben eerlijk. En hoewel spreekwoorden anders suggereren, vrienden maak ik daar niet mee. Mijn voornaamste doel met die eerlijkheid is natuurlijk de mindere goden in letterlievend Nederland in het vervolg behoeden voor dezelfde slordigheden en fouten. Dat mes snijdt aan een stuk of drie kanten. Hun volgende boeken zijn goed! (Yeah, right.) Ik hoef geen slechte teksten meer door te worstelen! (Aha!) En ik hoef geen nare dilemma’s meer te trotseren! (Sure!) 

 

Toegegeven, het is misschien wat naïef, maar het sterkt mij wel in de overtuiging dat eerlijkheid het langst duurt. 

 

Ed Lute

0 Comments